Sam Voeten (CD&V Merksem) en Jan Braeckmans (CD&V Antwerpen) - Antwerpenaars met een stel zwakke longen
2 februari 2018

In Gazet Van Antwerpen lees je dit opiniestuk van Sam Voeten, CD&V Merksem, en Jan Braeckmans, CD&V district Antwerpen.

Antwerpen was met haar lage-emissiezone (LEZ) dé pionier van Vlaanderen, en terecht. Duizenden vervuilende wagens worden vandaag de dag uit onze stad geweerd. Of dat ook tot minder luchtvervuiling leidt, is momenteel nog onduidelijk. Op heel wat plekken zal het er gevoelig op vooruit gaan. Maar de LEZ alleen zal niet voldoende zijn. Er is meer nodig willen we vooruitgang boeken.

Voor Sinjoren met gevoelige luchtwegen, zoals wijzelf, is het niet altijd een pretje om in 't Stad te wonen. Dokters bevestigen dat objectief en wijzen in hun diagnoses steeds vaker op de gevaren van slechte luchtkwaliteit. En ook de wetten van de erfelijkheid zijn bikkelhard: kinderen, een prachtige tweeling incluis, hangen tijdens de winter steeds vaker aan puffers en aerosols. Talrijke studies wijzen op het verband tussen sterfte en de concentraties van fijn stof in de lucht. Vuile lucht doodt jaarlijks naar schatting 400.000 Europeanen. We beseffen het niet, maar luchtvervuiling zal de geruisloze killer van de 21ste eeuw worden. Ons hart ligt in de stad, maar onze longen willen overspel plegen.

Deze complexe problematiek kent talrijke oorzaken, met verkeer als cruciale factor. Als stedelingen worden wij dagelijks geconfronteerd met verstikkende verkeerscongestie in onze buurt. We staan met z'n allen overal vast. Stilstaand verkeer zorgt voor een verhoogde uitstoot van schadelijke gassen. En toch kruipen we met z'n allen in de wagen, zelfs om pistolets te gaan halen. We brengen onze kinderen met de auto naar school, ook al is bewezen dat ze op de fiets minder fijn stof binnenkrijgen. Maar waarom zou je, als de route vol obstakels en gevaar ligt? Vele trams zijn herleid tot sardineblikjes die vaker te laat dan op tijd rijden, dat stoot mensen af. Wanneer je met een alternatief voor de wagen minstens even gefrustreerd op je bestemming aankomt, dan moeten alle alarmbellen afgaan.

Een mentaliteitswijziging komt niet (altijd) vanzelf. Beleidsmakers hebben hierin een verpletterende verantwoordelijkheid. Het bedrijfswagenpark verder laten uitdeinen door het behoud van gunstige fiscale statuten, is onhoudbaar. Of de fiets een volwaardige plek in de stad moet krijgen, zou geen ideologisch debat mogen zijn, maar een evidentie. En bij de modal shift naar andere vervoersmodi, moeten alternatieven simpelweg betrouwbaar zijn. Politieke moed ging ooit over communautaire zaken. Laten we nu van dit debat de inzet maken voor de toekomst. Er is maar een weg vooruit. De longen van eenieder, ook van de allerkleinsten en zij die nog niet geboren zijn, zullen ons dankbaar zijn.