Marc Van Peel is geen kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen: het einde van zijn politieke loopbaan is definitief in zicht. Toch blijft hij een overtuigd christendemocraat: ‘Als mijn partij de N-VA achternahuppelt, kan ze beter stoppen met politiek.'
28 maart 2018

 

‘Eigenlijk hoef ik helemaal niet meer te lachen naar de camera. Ik hoef niet meer verkozen te raken.’ Hij grijnst breed naar de fotografe, terwijl hij geduldig poseert in het nieuwe Havenhuis. Marc Van Peel: ‘Ik heb nog negen maanden te gaan als havenschepen, tot eind december. Daarom heb ik nog altijd geen zin in een “begrafenisinterview”: als je je afscheid te vroeg aankondigt, doet iedereen alsof je al weg bent. Maar mijn besluit stond al lang vast. Ik word volgend jaar zeventig, en dat is geen leeftijd meer om te beginnen aan een derde mandaat van zes jaar. Zou ik voor een jaar of twee kunnen bijtekenen, dan zou ik dat overwegen.’

 

Begint het zo niet altijd? 

 

Van Peel grijnst: ‘Ik ken mezelf. Stel dat ik op een CD&V-lijst sta “om te steunen” en toch verkozen word? Dan begint het natuurlijk weer te kriebelen. En nadien zoek je een uitvlucht om niet te stoppen. Kent u de uitspraak van de Britse politicus Enoch Powell: “ All political careers end in failure ” ? Dat wil ik me besparen.’

 

Marc Van Peel is trouwens een habitué in het toestaan van ‘afscheidsinterviews’. Zijn eerste gaf hij aan De Morgen… in 2006. Toen zei hij de Senaat vaarwel voor ‘een afscheid in schoonheid’: zijn nieuwe mandaat als havenschepen van Antwerpen werd gezien als een gepaste fin de carrière voor een man die de twintig jaar daarvoor ACW-kaderlid was geweest, parlementslid, nationaal partijvoorzitter en oppositieleider, maar die nooit tot de echte Wetstraat-top had behoord.

 

Marc Van Peel: In 1996 was ik al aan het uitkijken naar een job buiten de politiek. Ik wist dat ik geen stemmentrekker was en had het een beetje gezien in het parlement. Toen nam Johan Van Hecke ontslag als CVP-voorzitter. Ik was ondervoorzitter en Jean-Luc Dehaene vroeg mij... (corrigeert zichzelf) maakte mij duidelijk dat ik Van Hecke moest opvolgen. Hij zei: ‘Je hebt niet de capaciteiten om partijvoorzitter te worden, maar wel om het te zijn .’Drie maanden na mijn aantreden werden bij Marc Dutroux de lijken van vier vermiste meisjes ontdekt. Vervolgens trok de Witte Mars door Brussel, de grootste manifestatie uit de Belgische geschiedenis. De VRT vroeg mij om commentaar in de studio. Ik had niet eens door dat ik werd opgevoerd als een van die ‘gestelde lichamen’ waartegen die honderdduizenden op straat kwamen. Als CVP-voorzitter was ik de belichaming van het establishment. Ik werd, tot mijn grote verrassing, aansprakelijk gesteld voor al wat er fout liep in dit land.

 

De hoedanigheid van ‘gesteld lichaam’ lijkt u anders wel te bevallen. In 2007 bent u havenbons geworden, en u bent dat nog altijd.

 

Van Peel: Het ambt van havenschepen strookt meer met mijn karakter dan dat van voorzitter of fractieleider in de Kamer. Ik haat nutteloze conflicten. Als havenschepen moet je vooral proberen de verschillende partijen bij elkaar te brengen. Ik heb dit mandaat gekregen op het beste moment in mijn carrière: toen die bijna afgelopen leek. De voorbije elf jaar heb ik au-dessus de la mêlée nuttig werk kunnen leveren. Het is nu al het vijfde jaar op rij dat de haven van Antwerpen van de ene recordomzet naar een nog hogere gaat – wat uiteraard niet alleen mijn verdienste is.

 

Als u het zelf zegt.

 

Van Peel: Er wordt hier ongelofelijk hard gewerkt. In 2007 had ik twee prioriteiten: de verdieping van de Schelde en de bouw vande Kieldrechtsluis. (wijst op de kaart, wat hij het hele gesprek zal blijven doen) Op Linkeroever werken 17.000 mensen. Voor dat hele gebied was er maar één toegangspoort: de Kallosluis. Een tweede sluis was van cruciaal belang, maar er was geen geld voor en we zaten gevangen in het klassieke Vlaamse wafelijzer: Antwerpen wilde een sluis, en dus moesten ook Zeebrugge en Gent er een krijgen. In Nederland erkent men Rotterdam als ‘ the main port ’ en handelt men daarnaar. In Vlaanderen wringt men zich in alle bochten om Antwerpen, Gent, Zeebrugge en Oostende toch maar op één lijn te plaatsen. Ik voel me dan soms verplicht om eraan te herinneren dat de stijging van de laatste vijf jaar – bijna 40 miljoen ton – even groot is als het hele volume dat Zeebrugge jaarlijks omzet. Ik zeg dat niet dikkenekkerig , ik zeg het om de verhoudingen duidelijk te maken. Maar het betert. Dat de grootste containerschepen ter wereld vandaag in Antwerpen kunnen aanleggen, is te danken aan onze zege in de saga over de Scheldeverdieping.

 

Is het Antwerpse beleid wel houdbaar? U kunt niet blijven verdiepen en megadokken bijbouwen: de containerschepen worden nóg groter en de Schelde blijft een moeilijke getijdenrivier.

 

Van Peel: Als we niet hadden gekozen voor grotere dokken en sluizen en een diepere Schelde, was Antwerpen nu een tweederangshaven. In Hamburg, waar de haven aan de Elbe ligt, maken ze dat mee: met de Länder en de milieubeweging zijn daar allerlei discussies over de verdieping. Het aantal containerschepen loopt er fors terug.

 

Als het moet, schuwt u de zware taal niet om de haven te verdedigen. Bij de opening van de Kieldrechtsluis las u de verzamelde burgemeesters van Linkeroever de les: het gros van hun inwoners werkt in de haven, dus ze kunnen de achterhoedegevechten maar beter staken.

 

Van Peel: Ik hou niet van conflicten, maar ik kan er wel een aangaan als dat nodig is. (toont, op de kaart, de oppervlakte die de haven bestrijkt: de bedrijfsterreinen van BASF en Katoen Natie zijn samen al zo groot als de Antwerpse binnenstad) Bij het woord ‘haven’ denken veel mensen aan het laden en lossen van schepen. De Antwerpse haven is veel meer dan dat. Niet alleen is ze het grootste logistieke centrum van het land, hier ligt ook de belangrijkste cluster van petrochemische bedrijven van heel Europa.

 

Andere havens breiden uit door land te winnen op het water, Antwerpen kan alleen groeien door water te winnen op het land. Daarom móét het nieuwe containerdok er komen. De procedure zou tegen het einde van het jaar afgerond kunnen zijn. Op dit ogenblik zijn er acht of negen varianten in onderzoek, en die worden allemaal met gigantische inspraakprocedures afgewerkt.

 

U spreekt het woord ‘inspraakprocedures’ met een zeker misprijzen uit.

 

Van Peel: Ik heb niets tegen inspraak, wel tegen het misbruik ervan. (tot zijn woordvoerster) Ik mag het nu zeggen, want ik hoef toch niet meer herkozen te worden: ik gruw van het cryptofascistoïde karakter van de participatiedemocratie. Kleine groepjes kunnen in alle mogelijke debatten, door de juiste snaar te bespelen, de representatieve democratie onderuithalen zonder zelf enige verantwoordelijkheid te dragen. Als één zonderling op de kerktoren in Doel kruipt, reppen alle media zich daarheen.

 

Een megaproject als het Saeftinghedok betekent het zekere einde van Doel, maar garandeert niet dat Antwerpen zijn bevoorrechte positie in de containerverkeer behoudt: daarover wordt in China beslist.

 

Van Peel: Het is niet zo dat de Chinezen hier aan de touwtjes trekken. De drie grootste containerrederijen ter wereld, MSC, Maersk en CMA CGM, zijn allemaal Europese bedrijven. Ook zij bepalen in welke havens hun schepen aanvaren. Daarom moeten wij ervoor zorgen dat wij concurrentieel blijven – dat zijn we, maar het wordt vaak niet gezien. De haven van Antwerpen is het slachtoffer van een evolutie waarbij vooral slecht nieuws ‘nieuws’ is. De haven groeit, maar dat is geen nieuws want het is elk jaar zo – het omgekeerde zou het nieuws wél halen. Het is evenmin nieuws dat wij onze petrochemische industrie kunnen behouden. Of dat in onze bedrijven voor miljarden euro’s wordt geïnvesteerd. En dat terwijl de meeste raffinaderijen een paar jaar terug met een forse overproductie kampten. Total heeft toen een paar Franse vestigingen gesloten, maar investeerde tegelijk in Antwerpen. Dat is het omgekeerde van wat Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen of Ford Genk is overkomen.

 

 

De Antwerpse haven is niet alleen de grootste economische, maar ook de grootste criminele draaischijf van het land.

 

Van Peel: Wij zijn goed in alles, helaas.

 

De meest succesvolle Vlaamse film van het moment is Patser van de Antwerpse cineasten Adil El Arbi en Bilall Fallah. In een centrale scène wordt gezegd dat de burgemeester niet graag heeft dat er te hard gecontroleerd wordt op drugs: dat schaadt de concurrentiepositie van de haven.

 

Van Peel: Dat is onzin. De strijd tegen de drugshandel staat hoog op onze agenda. Ook voor drugs zijn we de gateway voor heel Europa: de criminele economie gebruikt dezelfde technieken als de reguliere. De middelen van het havenbestuur zijn beperkt. We kunnen inderdaad niet elke container scannen. En dat hoeft ook niet: 80 procent van de containers is risicoloos. Maar alle verdachte vrachten worden gecontroleerd, zeker die uit Zuid-Amerika.

 

Natuurlijk willen we de drugshandel zien afnemen. Er wordt meer geschreven over de drugs die hier circuleren dan over de 150.000 mensen die een job vinden aan de Antwerpse haven – dat cijfer komt van de Nationale Bank.

 

De oorlog tegen drugs bedreigt ook de sociale vrede in de haven: het plan om alle havenarbeiders te scannen stuit op verzet van de havenbonden.

 

Van Peel: Een goede screening van de havenarbeiders is noodzakelijk, maar de vakbonden zijn terecht boos omdat men alleen de dokwerkers als de grote boosdoeners afschildert.

 

Waar ligt het dan nog aan?

 

Van Peel: Aan het feit dat er zo veel te verdienen valt aan drugs. Dat verklaart ook het patsergedrag van een aantal jongeren. Ik ben niet alleen havenschepen, ik heb ook de bevoegdheid Werk. In Antwerpen hebben we projecten opgezet voor moeilijk aan het werk te krijgen doelgroepen. Wij helpen bijvoorbeeld erkende vluchtelingen aan werk: dat lukt vrij goed, zeker nu de arbeidsmarkt aantrekt. Helaas geldt dat niet voor ongeveer 7000 zogenoemde ‘NEET-jongeren’ – ‘ Not in Employment, Education or Training ’. Die groep blijft moeilijk bereikbaar, ook omdat met drugs relatief gemakkelijk geld te verdienen valt. De drugshandel is niet alleen een zaak van internationale criminaliteit, hij richt ook in Antwerpen veel schade aan bij de ‘kleine garnalen’.

 

In Antwerpen is de CD&V een kleinere partij, en toch bent u een vaste waarde in het schepencollege.

 

Van Peel: Ik heb ver boven mijn electorale gewicht gespeeld, en ik ben daar trots op. In Gent zit de CD&V al dertig jaar in de oppositie: is dat dan beter? In Antwerpen besturen we mee, of het nu met Bob Cools, Leona Detiège, Patrick Janssens of Bart De Wever als burgemeester is. Met geen van hen heb ik grote problemen gehad. Ik heb hen in hun waarde gelaten, en zij hebben mij in mijn waarde gelaten. (droog) Dat is trouwens een van de redenen waarom ik het zo lang heb uitgehouden: ik ben voor niemand een electorale bedreiging.

 

Het verhaaltje dat de CD&V niet weegt, is trouwens manifest onwaar. Schepenen als wijlen Eric Antonis, Philip Heylen en nu Caroline Bastiaens hebben op eigen kracht het verschil gemaakt. Kijk naar de hele ontwikkeling van Antwerpen-Noord – het MAS, het Red Star Line Museum of dit schitterende Havenhuis, waarop ik zo trots ben: dat zijn allemaal christendemocratische realisaties. En vandaag knokken we voor een nieuw Maritiem Museum.

 

En dan heb ik het nog niet over de vele discussies over sociaal-economische thema’s binnen dit Antwerpse schepencollege, waarin Caroline Bastiaens vaak de overhand krijgt en de harde kanten van het N-VA-beleid eraf vijlt.

 

Zonder de CD&V zou het Antwerpse beleid nóg harder zijn?

 

Van Peel: Ongetwijfeld. De inspanningen die het college levert om erkende vluchtelingen tewerk te stellen: denkt u echt dat de N-VA daarvoor heeft geknokt?

 

Soms lukt het niet. Caroline Bastiaens ijvert voor statiegeld op blikjes en petflessen, maar de N-VA wil daar niet van weten: ‘Dat lost niet het hele probleem op.’ Wat een flauwe uitleg is, omdat je zogezegd alleen oplossingen aanvaardt die ‘het hele probleem’ de wereld uit helpen – dan doe je als politicus meestal niets. Er is dus een andere verklaring voor de houding van de N-VA: Bart De Wever heeft al gezegd dat de belangen van de industrie zijn leidraad zijn, en dat is in het debat over statiegeld opnieuw erg duidelijk geworden.

 

‘Joden vermijden conflicten. Dat is het verschil met de moslims’, zei De Wever onlangs. Dat was toch een bewuste provocatie van de moslims, een van de belangrijke bevolkingsgroepen in uw stad?

 

Van Peel: Uit electoraal oogpunt was zijn uitspraak slim, voor een verantwoordelijk politicus was ze onverstandig. Het is nogal duidelijk dat hij de Joden niet wil schofferen – dat wil niemand, ook ik niet: we leven al jaren in goede verstandhouding met hen. Tegelijk vergeet De Wever niet om de moslims te schofferen, want zo bindt hij de potentiële Vlaams Belang-kiezer aan de N-VA. Ooit vond ik dat Antwerpse politici de problemen niet durfden te benoemen, uit angst om in de kaart van extreemrechts te spelen. Nu doen we of er alleen maar problemen zijn.

 

Waarom zweeg u dan toen De Wever de Antwerpse moslims schoffeerde?

 

Van Peel: Kris Peeters (CD&V-vicepremier en Antwerps lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen, nvdr.) heeft erop gereageerd: dat volstaat. Er wordt al veel te veel gereageerd op Bart De Wever. De fixatie op hem maakt de N-VA groot. Telkens als hij een straffe uitspraak doet, vliegt ontzettend veel verstandig volk erop en staat het land op zijn kop. Tactisch is dat bijzonder onwijs.

 

U zit natuurlijk in hetzelfde schuitje. Ook u bent vorig jaar gevat door die verborgen camera van de nieuwssite Apache die vastlegde dat het dikke mik is tussen het Antwerpse schepencollege, bevriende projectontwikkelaars en zakenadvocaten.

 

Van Peel: Dat filmpje heeft me niet geschokt, de insinuaties achteraf wél. De waarheid is dat ik een paar weken voor die bijeenkomst Eric Van der Paal op straat ben tegengekomen en hij me toen pas vroeg: ‘Je komt toch naar mijn feestje?’

 

In de wereld van projectontwikkelaars en havenbonzen laat men geen enkele kans liggen om feestjes te bouwen. Fernand Huts nodigt op de zijne God en klein Pierke uit. Ik ken als havenschepen honderden bedrijfsleiders en ondernemers, en gelukkig maar. Sommigen nodigen je uit, ook op feestjes, anderen niet. Maar dat verhindert ons toch niet om correcte beslissingen te nemen? Dat ik aan Land Invest verkocht zou zijn omdat ik op hun kosten een glas wijn drink, is toch te gek voor woorden?

 

Het is natuurlijk grappig dat Bart De Wever zijn Coca-Cola Zero gebruikte als argument dat er niets fouts is gebeurd, terwijl ook de aanwezige advocaten Mounir en Omar Souidi zich in Humo hebben laten ontvallen dat het die avond ‘zeer lekker’ eten was.

 

Van Peel: Er werd in ’t Fornuis niet ‘gegeten’ – zittend aan tafel. Het was een staande receptie. Bovendien gaat Bart De Wever tegen zijn zin naar zulke bijeenkomsten. Met de hand op het hart: hij doet dat niet graag.

 

U bent zelf partijvoorzitter geweest. Zou u op dit moment in de schoenen van Wouter Beke willen staan? Volgens de peilingen slaat zijn politieke project niet echt aan.

 

Van Peel: Over mijn voorzitter komt er geen onvertogen woord over mijn lippen. Ik zie ook geen andere CD&V’er die een beter resultaat zou kunnen neerzetten dan Wouter Beke. Meer dan ooit vind ik ‘Het moedige midden’ méér dan een slogan. Het is de samenvatting van een politiek programma dat ook het mijne is. ‘De waarheid ligt in het midden’ is stilaan een ideologische uitspraak. Beke bezwijkt niet voor sirenenzangen van rechts of van links. Of hij daarvoor electoraal beloond zal worden, is een andere vraag. We leven in en tijd van polarisatie. Uitvergrotingen en veralgemeningen vermijden, daar komt het op aan. Elke overdrijving is een leugen.

 

Dat treft ook de CD&V. Kamerlid Hendrik Bogaert heeft een wetsvoorstel uitgedokterd dat bedoeld is om de hoofddoek van moslima’s te verbieden, niet alleen in openbare gebouwen maar ook op straat.

 

Van Peel: Ik vond dat onbegrijpelijk van Hendrik. CD&V’ers moeten hun koelbloedigheid bewaren. Als mijn partij de N-VA achternahuppelt, kan de CD&V beter stoppen met politiek. Neem het hoofddoekendebat. In 2007 heb ik als schepen voor Personeel burgemeester Patrick Janssens gesteund toen hij uiterlijke religieuze symbolen verbood voor ambtenaren met een loketfunctie. Poetspersoneel, boekhouders en andere ‘onzichtbare’ ambtenaren dragen wat ze willen. Dat is nog altijd mijn mening, maar de SP.A heeft haar bocht gemaakt en vindt nu dat alles moet kunnen. Socialisten als Kathleen Van Brempt, die toen het hoofddoekenverbod steunden, beweren nu het tegenovergestelde. Een verstandige maatregel wordt opgeofferd in de jacht op de allochtone stem. (haalt een medaillon onder zijn das vandaan) Deze amulet met een afbeelding van de Heilige Maagd draag ik altijd. Toch wil ik niet dat er nog iemand met een kruisje aan het loket zit. Het is niet correct om de wens voor een neutrale overheid uit te leggen als een discriminatie van moslima’s. Ik ben niet voor een algemeen hoofddoekenverbod. Wouter Torfs laat toe dat zijn schoenenverkoopsters een hoofddoek dragen: prima, maar Torfs is de overheid niet. Wie zich aan die hoofddoek stoort, kan elders schoenen kopen. Een inwoner van Antwerpen kan niet bij een ander stadsbestuur terecht.

 

Werken er in het Havenbedrijf veel allochtonen?

 

Van Peel: Veel te weinig. In de hele haven is een inhaalbeweging nodig. Ik heb het al vaak gezegd tegen vakbondsleiders: ‘Jullie hebben een uitstekend discours over non-discriminatie en antiracisme.’ Maar ik blijf erbij: bij het uitreiken van een zogenoemd ‘boek’, een vergunning om als havenarbeider in het havengebied te werken, spelen de vakbonden niet de jure maar wel de facto een belangrijke rol. Ik stel vast dat ze durven toe te geven aan de druk van hun eigen basis. En die zegt: ‘Liever geen allochtoon als collega.’

 

Terug naar de Antwerpse politiek: niet Marc Van Peel of Caroline Bastiaens maar Kris Peeters wordt de lijsttrekker.

 

Van Peel: In het verleden zijn er al veel christendemocraten geweest die het goed deden in de Antwerpse rand. Ik heb vaak bij hen aangeklopt met de vraag of ze naar Antwerpen wilden verhuizen. Geen van hen wilde. Kris Peeters durft de uitdaging wél aan. Hij neemt een risico: als het slecht afloopt, zullen sommigen hem dat persoonlijk aanrekenen.

 

Peeters is kandidaat-burgemeester. In vergelijking met Bart De Wever is dat het verhaal van een muis en een olifant: de N-VA heeft vandaag 24 zetels in Antwerpen, de CD&V 5.

 

Van Peel: (fijntjes) En waarom zou Kris Peeters geen burgemeester kunnen zijn? Er zijn na de verkiezingen veel constellaties mogelijk.

 

Kan Antwerpen een burgemeester uit Puurs aanvaarden?

 

Van Peel: De andere partijen zullen dat wel uitspelen, maar dat zou flauw zijn. Puurs ligt twintig kilometer ‘ver’. De Antwerpse gemeenteraad zit vol politici die van buiten Antwerpen afkomstig zijn. Wouter Van Besien (Groen) komt uit Haacht, Filip Dewinter (Vlaams Belang) is een West- Vlaming. Je hoort dat trouwens nog als hij ‘Antwerps’ spreekt: (monkelt) hij hanteert een merkwaardige tussentaal.

 

Door Walter pauli & foto’s Lies Willaert ■

Bron: Knack, woensdag 28 maart 2018, pagina 30. ©Alle rechten voorbehouden.